Autisme en waarom ik nooit wilde sporten: een geschiedenis

Hoe Anne lastige ervaringen uit het verleden achter zich heeft gelaten en nu voorzichtig sporten weer een kans geeft.

2 april 2021

Als mensen over sporten praten of mij vragen of ik sport, verander ik het liefst van onderwerp. Althans, tot voor kort. Tegenwoordig is er wat progressie, langzaam maar zeker. Die progressie houdt concreet in dat ik heel voorzichtig probeer na te denken wat voor sporten, of, wat meer low-key: ‘fysieke activiteiten’ voor mij wél leuk zouden kunnen zijn.

Een maand geleden heb ik hardloopschoenen gekocht. Ik loop namelijk hard. Dat ik dat ooit zou zeggen, had ik een jaar geleden niet geloofd. En ik vind het ook nog eens leuk. Om op dit punt te komen heb ik eerst een heel leven aan proberen, falen en accepteren dat ik faalde moeten doorlopen. Om vandaag alleen maar te kunnen zeggen: ik loop hard. En ik durf na te denken wat er misschien nog meer kan.

Als kind was al snel duidelijk dat ik een andere ontwikkeling doormaakte dan mijn leeftijdsgenoten. Ook mijn motorische ontwikkeling was anders. Trager, onhandiger, ik was angstig. Het viel op dat ik (letterlijk) op mijn tenen liep, ik durfde niet de op de schommel, ik kon de koprol niet. Zwemles moest individueel omdat ik met het reguliere klasje niks oppakte. De verschillende pogingen die mijn ouders deden om mij op een sportclub te doen, liepen nergens op uit. Als jong meisje zat ik op peuterballet. De juf vertelde aan mijn ouders dat ze me heel leuk en gezellig vond en ik gerust in het klasje mocht blijven, maar dat ik niet meedeed met de dansjes en de spelletjes. Ik wilde alleen maar grapjes maken met de juf en de rest zat ik uit aan de kant met mijn duim in mijn mond. Zo ging dat ook met hockey (één training en ik wilde al niet meer), aerobic toen ik wat ouder was en waarin ik weigerde mee te doen maar toch een jaar lang naar de klasjes ging omdat ik hoopte dat het een keer wél zou lukken (en ik vond de juf zo lief), basketbal etc.

Uiteindelijk ben ik bij een club gegaan waar geen fysieke prestatie aan verbonden was, namelijk scouting. Dat is 8 jaar lang een geliefd onderdeel van mijn leven geweest, met name om de ruimdenkendheid die daar heerste: ik werd geaccepteerd.

Op school was dat niet het geval, ik was een buitenbeentje en zat een aantal schooljaren dagelijks voor straf op de gang. Zonder hier verder over uit te weiden, door de hele lading die hieraan vast zat (het gevoel er niet bij te horen en anders te zijn), was de gymles bij uitstek de plek waar ik me zeer onprettig voelde. Ik kon geen bal vangen, was slecht in de competitiespellen en de turnachtige activiteiten waren helemaal een hel. Ik kon het niet, durfde het niet, werd uitgelachen en niemand wilde mij in het team. Het is denk ik niet vreemd dat sport en spel voor mij beladen thema’s werden die ik ging mijden als de pest.

Een term die mij pas een jaar of 2 geleden voor het eerst ter oren kwam is proprioceptie of positiezin, oftewel: het vermogen je eigen lichaam te verhouden tot de fysieke ruimte. Deze kan bij mensen met autisme verstoord zijn. Of deze term alleen de verklaring is voor mijn motorische uitdagingen weet ik niet, maar het is zeker een groot onderdeel van het probleem. Ik  ben met traplopen doodsbang te vallen en houd altijd de leuning vast. En ik vál ook regelmatig van de trap. Het is dus niet puur angst, ergens doe ik iets niet goed. Ik bots continu tegen mensen waar ik mee wandel, omdat ik steeds een beetje uitwijk in hun richting. Vrienden maken zelfs grappen dat ze beschermingsmateriaal dragen aan de zijde waar ik loop wanneer ze met mij op pad gaan. Ik laat dingen vallen, struikel vaak en mijn evenwicht is slecht.

Vorige week werd ik op straat aangesproken door mijn buurvrouw die al een tijdje achter me bleek te lopen. Ze zei dat zij mijn ‘loop’ zo bijzonder vond: ‘Een beetje op je tenen!’. Het was bedoeld als compliment, ze noemde het elegant, maar ik heb thuis een uur gehuild. Deze opmerking krijg ik vaker, mensen vragen ook wel eens of ik danseres ben. Dat ben ik niet, integendeel, en toen ik voor het eerst doorkreeg dat ik ‘raar liep’, heb ik enorm geoefend om ‘normaal’ te lopen. Niet gelukt dus. En daar baal ik van. Ik zie vaker dat mensen in het autistisch spectrum een bijzondere tred hebben, een beetje met een ‘veertje’. De plaatsing van de voet is anders en sommigen (zoals ik) zetten hun hak niet neer. Ik vind dat meestal schattig en leuk, het maakt diegene uniek. En ergens is het ook wel charmant. Maar ik doe enorm mijn best om niet zichtbaar autistisch te lijken en voel me betrapt. Ik wil niet dat anderen iets zien aan hoe ik loop.

Zo’n incident moet ik verwerken. Dat gaat in fases en die fases kunnen zelfs wisselen per dag. Het gaat van: ‘ik ga nog meer oefenen om normaal te lopen’, naar: ‘bekijk het maar, ik loop zoals ik wil!’
Dit speelt in elk aspect van mijn leven een rol. Ik ben de allergrootste voorstander van inclusiviteit en awareness, omarm je kwetsbaarheden etc. Een tijd lang profileerde ik mezelf op sociale media openlijk als vrouw met autisme. Maar zoiets gaat bij mij uiteindelijk toch op zijn retour. Het is een masker, het is een act. Ik omarm namelijk helemaal niks. Ik wil geen uitdagingen hebben, en als ik wil opvallen is dat vanwege een mooie jurk of een tof schilderij dat ik heb gemaakt. Maar mijn kwetsbaarheden etaleren, hier open over zijn of zelfs accepteren, dat durf ik eigenlijk niet. Als ik dat wél doe, is het vaak een reactie uit boosheid en de behoefte die ik dan voel om rebels te zijn. Te roepen dat ik schijt aan alles heb. Maar dat heb ik niet. En vanuit openheid dingen delen, daar ben ik nog niet. Ik wou dat ik dat kon. Al die krachtige mensen die zo in contact staan met hun uitdagingen, ik benijd ze. En nu weet ik heus wel dat zij ook deze gedachten hebben en onzeker zijn, en dat we die cirkel moeten doorbreken. Maar nogmaals: ik ben er nog niet. Niet helemaal. Want wanneer iemand vraagt of de vloer koud is wanneer ik thuis op mijn tenen loop, breekt er iets van binnen.

Nog steeds, altijd. Autisme is voor mij elke keer opnieuw rouwen, proberen een weg te vinden en weer opkrabbelen. Het raakt aan elke teleurstelling die ik ooit voelde, aan elk verdriet dat ik ooit had. Het staat symbool voor de littekens die ik draag en die ik zo hard probeer te overschreeuwen om vervolgens weer omver gewaaid te worden door het volgende.

Sporten en bewegen zijn onderdelen van dit web dat ik mijn autisme noem. De afgelopen periode ben ik voor het eerst wat meer op mezelf aangewezen. Corona en de lockdown waren hier belangrijke oorzaak van. Mijn structuur viel helemaal weg en ik kon  veel minder op mijn netwerk terugvallen.
Ik woon volledig zelfstandig, met 2 huisgenoten. Alledrie zijn we vrouwen van rond de 30 die het gezellig vinden om een woning te delen.
Mijn ene huisgenoot en ik brachten veel tijd door. We gingen in onze tuin werken, verzonnen leuke projectjes in ons huis. Zij deed ook yoga, gewoon via youtube. Ik ging meedoen en  toen het weer kon ging ik ook mee naar een yogaschool. ‘Poweryoga’, dat gaat allemaal net wat sneller. Ik was doodsbang van tevoren want ik kan zulke dingen nooit bijhouden. Maar het ging aardig en ook als het niet lukte keek niemand op of om. Volwassenen zijn minder hard dan kinderen en het maakt ook niemand wat uit hoe ik erbij lig op die yogamat. Een hele andere ervaring dan vroeger met gym.  Ik ging in die tijd ook grotere stukken wandelen en fietsen en zag steeds heel veel mensen hardlopen midden in de stad. Niemand leek zich zorgen te maken over of ze wel ‘normaal’ liepen of dat er iemand op ze lette. Ze lieten zich er in elk geval niet door weerhouden.

Uiteindelijk heb ik een keer een hardloopschema op internet gevonden, heel simpel. Ik zette zelf een timer op mijn telefoon en  ben gewoon een keer een rondje gaan lopen. Stukje hardlopen, stukje wandelen, weer hardlopen en dat dan een kwartiertje.
Een paar weken achter elkaar deed ik dat zo. Uiteindelijk kreeg ik wat pijntjes en bleek ik andere hardloopschoenen nodig te hebben. Ik boekte een afspraak bij een hardloopwinkel, mijn moeder zou mee gaan. Van tevoren zag ik er enorm tegenop, ze gaan je namelijk filmen als je een stukje rent om zo te bepalen wat voor soort schoen je nodig hebt. Van te voren zei ik al dat ik autisme heb om mezelf in te dekken tegen mogelijke onvolkomenheden of rariteiten. En toen bleek ik dus hartstikke normaal te lopen. Geen gekke plaatsing van de voet of wat dan ook. Ik zak alleen een beetje door mijn enkel maar daar kan ik zelf weinig aan doen. Ik was stomverbaasd. Opgelucht, met een kleine glimlach én nieuwe schoenen verliet ik de zaak.

Nu is de kou nog steeds niet uit de lucht. Het feit dat ik na een kort stukje rennen weer moet wandelen om op adem te komen vind ik ook gênant. Mijn uithoudingsvermogen bij wat zwaardere inspanning is niet fantastisch, resultaat van nooit echt te hebben gesport. Maar op de één of andere manier houd ik het vol om toch te blijven gaan. Ik denk vooral doordat ik weet dat niemand in Rotterdam-centrum aan het opletten is hoe Anne haar rondje rent. Want ik denk zulke dingen ook niet als ik iemand anders zie sporten. Ik krijg wat vertrouwen terug in mijn medemens en voor een klein deel ook weer in mezelf. Ik zal nooit een topsporter worden en dat wil ik ook helemaal niet (sterker nog, ik moet er niet aan denken) maar deze kleine overwinningen die ik elke keer maak, geven me een gevoel van kracht en controle die ik ook terugzie in andere aspecten van mijn leven. Dat ervaar ik niet vaak.

Ik kan iets wat ik eerst niet kon en ik heb het helemaal zelf gedaan.